Sint-Amelbergagilde

Deze godsdienstige vereniging heeft onder verschillende benamingen bestaan en zij werd dikwijls na een periode van verval heropgericht.

Reeds in de tiende eeuw bestond er een "Vrijecompagnie van de heilige Amelberga.
Het was de voorloper van de huidige gilde.

In de veertiende en vijftiende eeuw is er sprake van "De broederschap van de Wonderbare Maagd Sint-Amelberga ". Deze maatschappij was bestemd om de viering op de feestdag van de H. Maagd meer luister bij te brengen.

In vroegere tijden (rond 1229) bestonden te Gent twee compagnies van de broederschap van de H. Amelberga, n.l. "de gulde (gilde) van Sinte Amelberga van binnen" en de "gilde van buuten".

Met "binnen de muren" bedoelde men de gilde binnen de stad Gent, en met "buuten de muren" bedoelde men de gilde van Sint-Pieters buiten de muren van de stad Gent gelegen .

Beide afdelingen kwamen stoetsgewijze op de feestdag van de H . Amelberga naar Temse op bedevaart, om hier de wegom meer luister bij te zetten.

Daar Gent in die tijd een dagreis van Temse was gelegen, kan men veronderstellen dat deze afdelingen hier minstens drie dagen verbleven.

Stel u dan voor .... al die ruiters en hun gevolg in Temse , met banieren en andere uitrustingstukken.

De Amelbergadagen moeten een belevenis geweest zijn voor ons volk!

Het was niet alleen in het Sint-Pietersklooster dat de gelovigen Sint-Amelberga vereerden.

Voor 1439 ging in de parochie van Sint-Jan Baptist , thans Sint-Baafskerk, een processie ter ere van Sint-Amelberga. Wij weten dit door een overeenkomst tussen de abt van Sint-Pieters en de pastoor van deze kerk.

In 1331 bestond er te Temse reeds een zelfde broederschap met gelijke naam.

In 1508 en waarschijnlijk lang voordien bestond er in de Akkerstraat te Temse een eigendom die toebehoorde aan de broederschap van Temse en die men het "Guldenhyus"noemde. In 1618 was het reeds afgebroken en de grond werd door de gilde vercynst aan verschillende personen.

Achter deze eigendom lag een waterloop, die met een achterboot kon bevaren worden.
Deze beek vertrok van aan de Vrouwenhofbeek, stroomde langs de hovingen van de linkerzijde van de Akkerstraat. Ter hoogte van de Broedersschool liep zij naar de Paterstraat, achter de huizen van de Oeverstraat, vandaar naar de treksloot van de Espolder en keerde zo terug naar de Kil om in de Schelde uit te monden.

Men noemde deze waterloop "De Gulde Wal" afgeleid van de eigendom van de "Gulde".

In de hovingen van de huizen Van de Perre en Wauters waren nog resten te vinden in de aldaar bestaande vijvers.

Het gildegebouw lag op de linkerzijde van de voormelde straat, waar nu de herenwoning staat thans toebehorende aan de familie Hemelaer, vroeger bezit van de familie Van de Perre en nadien notaris De Ceulenaere. Het gildehuis diende tot vergaderplaats van de gildebroeders en tot bergplaats van de voorwerpen welke door dit godsvruchtige genootschap gebruikt werden tot opluistering van de eredienst van hun patrones.

In 1518 kwamen de gildebroeders van Gent niet naar de bedevaart te Temse tijdens de Amelbergadagen . De reden hiervan was dat te Temse de pest heerste. Zij moesten, omdat zij deze bedevaart niet volbrachten, verschijnen voor de schepenen van de stad Gent, en in de akte door deze magistraat opgemaakt staat te lezen:

"... over ander medegesellen van de voornomde gulde van Sent Amelberghe van binnen; de welcke kenden, lyden ende verclaerden dat al eyst zo dat sy vuyt vreesen van der pestilencie ende haestiger siecte alsnu tegnerende binnen de prochie ende heerlichede van Theemsche, by concente ende ordonnancien van de wet, dese jaerschaere achtergelaten ende in gebreke geweest hadden te doene ende vulcommene de reyse ende ghecostumeerde pelgrimagevan der voorseyde heleger Santinne te Theemshe naer de oude costume...."

In 1530 werd de gilde van binnen de stad Gent afgeschaft, en alleen de gilde van de Sint-Pietersabdij buiten de muren van de stad Gent bleef naar Temse rijden waarschijnlijk tot in 1578 wanneer de stoffelijke resten van Sint-Amelberga door de Calvinisten door vuur vernietigdwerden.

De gilde van Sint-Amelberga binnen Temse

Ze kende een bloeiend bestaan tot in de 18e eeuw . Veel is er echter over deze gilde niet bewaard gebleven, buiten enkele notities die hier en daar werden aangetroffen want het gildenhuis was in 1618 afgebroken

Op 2 februari 1656 bekenden hoofdman, ouderlingen en gezworenen samen met de gemene confrators van de Gilde van Sint-Amelberga, dat Jan Huyghens en Mertens Annè de hof waar het gildenhuis opgestaan had in pacht werd genomen van de gilde, tegen een huurprijs van 6 pond perjaar en dit voor een termijn van 12 jaar.

In 1662 had dezelfde Jan Huyghens, dit erf in pacht en kreeg hij de toelating om het te betimmeren met een houten stal. De huur werd dan van 12 op 24 jaar gebracht.

Op 28 september 1686 werd één derde van dit erf verhuurd aan Jan De Cock, filius Frans en twee derde aan Vercauteren filius Daneels.

In de 18e eeuw was deze vereniging van Sint-Amelberga een bloeiende gilde. De hoofdman was de pastoor van de parochie, bijgestaan door verschillende raadsleden die men de ouderlingen noemde. De confrerie werd vermeld in 1672 , 1689, 1697 , 1710 , 1735 , 1743 , en 1753.

De broederschap werd door de staat als civiele persoon erkend; zij had dus het recht van te kopen en te verkopen en bezat dus rechtspersoonlijkheid.

In 1712 aanvaardt Pieter Beytaert op advies van de hoofdman en de ouderlingen van de confrerie van de Heilige Amelberga een gift van gronden aan de broederschap gedaan.

De inkomsten van de broederschap bestonden uit gelden die men omhaalde met de schaal op de Sint-Amelbergadagen, uit de verkoop van vaantjes , litanieën, beeldjes, medailles en ringen.

Ook uit de verkoop van geofferd vlas en de ontvangsten uit de bussen geplaatst aan de Sint-Amelbergaput, het Botermelkhuis en uit de offerblok in het Sint-Amelbergakoor.

Ook had de confrerie enkele inkomsten uit cynsen die haar vrijwillig waren geschonken en van intresten van door haar geleend kapitaal.

Bovendien vergaarde zij ook nog inkomen uit verhuring van onroerende goederen, ondermeer uit de verhuring van de hiervoor vermelde grond in de Akkerstraat.

De gilde verhuurde eveneens nog een visserij.

Hierover valt te lezen:

"De Confrerie ofte capelle van Sint-Amelberga competeert een visscherij achter aen het groot huys tot aen de erven van Matheus De Westerlinck, het huys genaemd de herberge van Sinte Pieter , liggende als nu onverpacht...... an° 1736"

Deze visserij had verschillende benamingen, o.m. de kille van Sint-Amelberga, het Vrouwengadt. Volgens Dr.Jozef Servotte werd zij vermeld van 1606 tot 1795.

Deze visserij lag dus tussen het Klein Kaaiken en de vroegere brouwerij van De Nayer en de huidige apotheek Van Hautekerke.

Op het eind van de 18e eeuw werd zij gedeeltelijgevuld.

Kennis van enkele verhuringen: van 27 juni 1748 tot 14 mei 1754 aan Peter van den Balck voor 24 stuivers per jaar, en vanaf 15 mei 1754 tot 14 mei 1755 aan Judocus Pauwels voor 21 stuivers. Vanaf 15 mei 1755 werd zij voor zes jaar verhuurd aan Joannes Van Eycke.

Van de confrerie zijn enkele ontvangers en gezworenen bekend. In 1672 Symoen van Hove, 1673 Jan Vercauteren, 1674 Jan Peersman, 1676 Jan Christiaens, 1677 Jan Van Meervenne en eveneens in 1678, allen ontvangers.

In 1679 werd de rekening ingediend door Frans Verstraeten en Joos Anné filius Pieter, dienaars en bezorgers van de dienaars en bezorgers van de confrerie van Sint-Amelberga.

In 1680 verantwoordde Michiel De Cauwer de ontvangst voor Joos Anné, als "directeur en bezorger "

In 1681 Martinus Verdurmen en Symoen Lievens in zelfde hoedanigheid, eveneens voor het jaar 1682. In 1683/84 Jan De Cock filius Frans " gesteld als bediende en bezorger".

In 1685 Frans Smet Jans, als gezworene en ontvanger, en in 1686 Adriaan Van Acker filius Jans, in 1687 tot en met 1689, Pieter Huyghens, gezworene in naam van Jan Van Acker, gezworene en ontvanger.

In 1690 worden als gezworene vermeld: Jan Soetinck, Joos Staut en Pieter Huyghens.

In 1691 : Joos Staut, Joos Van Mieghem filius Jacobs, Jan De Volder filius Pieters

in 1752 als gezworenen vermeld: J.J. Van de Velde, Jan Frans De Malsche, Michiel Claessens, Adriaan Van Goethem, Jan Volckerick, Jacobus Van Geertsom, Jan De Cock, Thomas de Volder en Bernard Hauman.

Uit de leden van de confrerie werd er regelmatig een kapelmeester aangewezen. Zo werd op 31 juli 1717-4 Jacobus Petrus Seghers, zoon van Thomas aangesteld.

Hij vroeg op deze datum vrijstelling om de bediening van arm -of kerkmeester niet te moeten uitoefenen; Hij is ook gekend als burgemeester van de parochie en als leenhouder van de heerlijkheid " De Velde " . Hij nam deze bediening waar tot 1737.

Van 1748 tot 1753 werd Boudewijn Sloor als kapelmeester vermeld. In 1771 was Jan Baptist Seghers kapelmeester.

Zoals met alle geestelijke verenigingen werd tijdens het bewind van de Franse Republiek de broederschap van Sint-Amelberga afgeschaft. Ze werd wel na de godsdienstvrijheid terug opgericht maar raakte in het begin van de 19e eeuw toch in verval.

In 1861 onder impuls van E.H. de Caluwé, de toenmalige pastoor , werd de gilde hersteld in haar vroegere luister. Om alle moeilijkheden te vermijden, in verband met de vroegere instellingsdatum en statuten, die moeilijk te achterhalen waren bij zo een oude vereniging, werd een nieuwe instelling aangevraagd.

Bij brieven van 19 juli 1861 werd de broederschap van de H. Amelberga heringericht en bekrachtigd door de paus zelf, Z.H. Pius IX .

Het nieuwe bestuur bestond uit minstens 5 leden, waarvan minstens één priester moest zijn. Iedereen kon toetreden man of vrouw. Eigenaardig was het feit dat de mannen voor hun toetreding 2 frank moesten betalen en de vrouwen maar 1 frank.

Deze inkomsten moesten dienen tot aankoop van flambeeuwen voor de processie, tot het betalen van zielemissen voor de leden en tot aanschaffing van gewaden en versieringen voor de dienst van de patroonheilige.

De statuten werden door de bisschop van Gent goedgekeurd op 7 mei 1862

De eerste priester of proost van de gilde die met zekerheid gekend is, was E.H. Petrus De Roo, die in 1871 deze bediening waar nam. Hij volgde waarschijnlijk onderpastoor Frans Van Mol op die in dat jaar naar Serskamp vertrok .

Onderpastoor De Roo vertrok op 15 augustus 1873 naar Amerika als onderpastoor aangesteld.

In 1872 telde de broederschap 66 medebroeders en 170 medezusters. In dat jaar was de hoofdman Jan Baptist Pilaet, geboren te Temse, 20 juni 1817, schipper van beroep , en aldaar overleden op 20 januari 1885.

Waarschijnlijk was deze reeds vroeger en ook later hoofdman van de gilde.

De volgende proost was zonder twijfel onderpastoor Theodoor Dalschaert , geboren te Uitbergen op 2 februari 1841 en uit die plaats aangekomen op 29 april 1871.

Hij bleef proost tot december 1886 en vertrok naar Knesselaere.

Op 5 maart 1888 werd hij pastoor te Voorde en op 24 maart 1892 pastoor te Aalter benoemd. Hij werd waarschijnlijk opgevolgd door onderpastoor Frans Vyncke, uit St-Martens-Latem, die te Temse benoemd werd op 7 maart 1888.

Hoe het verder met de gilde in de 19e en begin van de 20e eeuw vergaan is, kan niet worden vastgesteld.

In 1921 en 1922 werden er echter door werking van de gilde drie kapellen heropgebouwd of hersteld.

Het waren de kapellen van de Bank, het Muizenhol ofte Luiseek en de kapel die vroeger op de wijk de Zwarte Fles stond.

Toch moet het gildeleven een vervlakking hebben meegemaakt want in 1933 werd er opnieuw besloten tot een heroprichting. Hieronder volgt een pamflet dat de standregels en het bestuur van de hernieuwde gilde weergeeft.


Daar er geen archieven meer aanwezig zijn bij de Sint-Amelbergagilde sedert 1933 tot 1965, werd er door het inwinnen van de nodige informatie getracht een beeld te krijgen hoe het bestuur van de gilde over deze periode was samengesteld.

De Voorzitter Hendrik Huyben, geboren te Temse op 25 juli 1891 wonende in de Akkerstraat 20. Hij bleef voorzitter tot zijn overlijden te Temse op 18 februari 1965.

Hij werd opgevolgd door Remy Maes, geboren te Temse 8 juli 1902, wonende te Temse, Kleine Dweerstraat 20. Op 10 juni 1985 geeft hij zijn ontslag op 83-jarige leeftijd.

Hij wordt luttele dagen nadien opgevolgd door Wilfried Hooftman, die de gilde 30 jaar zal leiden.

Op 18 oktober 2016 wordt Luc Van Lombergen tot nieuwe voorzitter verkozen.


De proost E.H Romain Steensens geboren Sint-Niklaas, 12 september 1882, was op 19 november 1925 als onderpastoor naar Temse gekomen. Hij werd op 30 januari 1935 als pastoor van een nieuwe parochie te Beveren aangesteld.

Hij werd als proost opgevolgd door E.H. Vaast Vercraeyen, geboren te Sint-Laureins op 20 augustus 1887, op 14 april 1921 als onderpastoor te Temse aangesteld, en pastoor benoemd in een parochie van Moerbeke, op 30 november 1938.

Over zijn opvolger bestaat geen zekerheid,

maar op 30 september 1945 werd E.H. Gabriel Nyssens , geboren te Antwerpen, op 2 maart 1911 onderpastoor te Temse en nam onmiddellijk de functie van proost van de gilde aan. Hij bleef het tot oktober 1959 wanneer hij als pastoor op de H.Hartparochie te Temse werd aangesteld.

In zijn plaats kwam E.H. Jozef de Pauw, geboren te Waasmunster, 8 januari 1924, te Temse aangekomen in oktober 1959 en pastoor te Elversele in augustus 1976.

Op zijn beurt werd hij opgevolgd door Z.E.H.Deken Victor Fonck, geboren te Borstbeek, 27 juni 1914.

Op 22 juni 1986 werd Z.E.H. Deken Julien Schreyen proost. 

In haar zitting van 4 september 2018 werd E.H. Lambert Lwamba, pastoor-moderator van de parochie Kruibeke-Temse, aangesteld als nieuwe proost, nadat Z.E.H. Schreyen na 32 jaar proost en 50 jaar priesterschap op emeritaat ging. Tijdens de jaarvergadering op 30 september werd E.H. Lambert officieel voorgesteld.

Op 1 oktober 2019 heeft de Sint-Amelbergagilde een initiatief genomen en een aanvraag ingediend bij de pastoor-moderator van de parochie Kruibeke-Temse om de nieuwe naam van de parochie te vernoemen naar de patrones van de gemeente Temse en stichteres van de Onze-Lieve-Vrouwekerk opdat onze machtige voorspreekster eerbied, waardigheid en ontzag voor haar naam nu meer dan ooit te beurt mag vallen. Op het parochiaal beraad van 18 februari 2020 werd haar naam, samen met nog 2 anderen, weerhouden. De Gilde hoopt vurig dat de Heilige Amelbergaparochie in Kruibeke-Temse weldra een feit mag zijn.

Begin april 2020 kwam het bisschoppelijk decreet echter, dat, gebaseerd op de voorstellen van de parochieploeg en in samenspraak met de pastoor-moderator, de naam van H. Familie werd gekozen. Dit tot grote teleurstelling en ergernis van de Sint-Amelbergagilde en een kaakslag voor alle Sint-Amelbergavrienden. Ze is immers een ware heilige die hier het geloof heeft gebracht, hier heeft gewoond, wonderbare daden heeft verricht, een kerk heeft gesticht, hier is overleden en begraven.

De coronacrisis noopte de Gilde ertoe om al haar activiteiten, inclusief de Weg-Om met de Pinksterdagen en met het feest van de Vervoering, einde september, af te gelasten. Samenscholingen waren verboden en vele mensen zijn op eigen initiatief de Weg-Om gegaan, onze Patrones ter ere, rekening houdende met de geldende overheidsmaatregelen (niet in groep, social distancing van 1,5m,...). Ook de processie kon dit jaar niet doorgaan, het had een prachtige editie kunnen zijn, mooi weer en temperaturen van 20 graden om 9u 's morgens. Ook alle activiteiten naar aanleiding van 1250 jaar Sint-Amelberga en haar kerk te Temse werden allemaal met een jaar opgeschoven.